Aan fietsroutes geen gebrek in Wallonië. De zogenaamde RAVeL routes zijn populair en volgen vaak oude spoorlijnen en jachtpaden. Fietsen langs de Maas is geliefd. Als kers op de taart heeft Wallonië heeft ook een Unesco fietsroute die vier van de vijf provincies doorkruist en uit elf etappes bestaat. We stapten op de fiets, trapten door Wallonië langs Unesco Werelderfgoed en delen onze ervaring.

Unesco werelderfgoed in Wallonië
België telt 16 Unesco Werelderfgoedsites. Deze plekken hebben een uitzonderlijke universele waarde. Vijf van deze sites hebben één of meer locaties in Wallonië. De Unesco fietsroute verbindt deze plekken en vele andere bezienswaardigheden met elkaar met een totale lengte van 491 kilometer met een gemiddelde moeilijkheidsgraad. De elf etappes variëren in lengte van 18 tot 68 kilometer. Soms zijn meerdere etappes op een dag te combineren. De route is niet gemarkeerd maar maakt gebruik van de nummers van de fietsknooppunten en RAVeL routes. Een routebeschrijving, knooppuntlijstjes en GPX-bestanden van iedere etappe zijn bij Visit Wallonië beschikbaar.
Fietsen in Wallonië op talloze routes
Wallonië ligt bomvol fietspaden. Om het eenvoudig te houden zijn er vijf systemen om te navigeren op de fiets. Meer dan 10.000 kilometer kun je aan elkaar knopen met de fietsknooppunten zoals we die ook in Nederland en Vlaanderen kennen. Daarnaast omvat het RAVeL netwerk ruim 1.500 kilometer aan autovrije groene fietspaden. Iedere RAVeL route heeft daarbij een eigen nummer. De derde categorie zijn de negen lange afstandsroutes die met een W zijn aangeduid. Daarnaast zijn er de Europese fietsroutes (EuroVelo) die Wallonië doorkruisen en nog een aantal thematische routes rondom bijvoorbeeld bier, natuur of geschiedenis. En de Unesco fietsroute die zes jaar geleden is gelanceerd.
Aankomst in stijl met de trein
Futuristisch mag je het station van Mons, Bergen in het Nederlands, wel noemen. Drie kwartier na ons vertrek vanaf Brussel Zuid rollen we het station binnen en kijken verbaasd om ons heen. De stad is na een bouwput van meer dan tien jaar beloond met een fonkelnieuw station van de hand van de beroemde architect Santiago Calatrava. Hij is ook het brein is achter het opvallende station van Luik. Het spoor knipte Mons voorheen in tweeën. Het nieuwe station is tevens een brug om beide delen van de stad weer te verbinden. En een brug naar de toekomst, om Mons nieuwe glans te geven.
Belfort van Mons
Met bijna honderdduizend inwoners is Mons een respectabele provinciestad en een kopje kleiner dan Luik. Het is gezellig druk op de Grote Markt waar ook het prachtige stadhuis aan is gelegen. De skyline van Mons wordt bepaald door het belfort van Mons, één van de tientallen beiaardtorens in België en Frankrijk die gezamenlijk op de Unesco lijst staan. In de klokkentoren hangen 49 klokken die al klingelend aardig wat geluid produceren. Bovendien is dit de enige toren in barokke stijl met rijke versieringen. Met een glazen lift schiet je naar de top voor een mooi uitzicht over de stad en de omgeving.
Fietsen naar de vuursteenmijnen
Fietsend langs uitgestrekte graanvelden laten we Mons achter ons. Het Belfort verliezen we nog niet uit het oog. De klokkentoren steekt boven de bossen uit. We zijn de Unesco fietsroute gestart met de tweede etappe die van Mons naar Binche leidt. Na een paar kilometer asfalt draaien we rechtsaf een gravelweggetje op. Verscholen tussen de maisvelden staat een rond gebouw met een klein torentje. Dit is de toegangspoort tot de neolithische vuursteenmijnen van Spiennes.

Ruim zesduizend jaar geleden groef de prehistorische mens hier schachten en mijnen tot wel acht meter diep op zoek naar silex, een soort gesteente om gereedschap van te maken. Deze mijnen zijn goed bewaard gebleven en te bezichtigen. Met een tien meter lange ladder dalen we gezekerd af naar de mijn waar zelfs nog fossielen zichtbaar zijn. Ook zijn hier de restanten van een prehistorische hond gevonden. In het bijbehorende museum ligt een replica van het skelet van het dier. Deze plek is de oudste en grootste vuursteenmijn van Europa en staat sinds het jaar 2000 op de Unesco Werelderfgoed lijst.
Scheepsliften van Wallonië
We vervolgen onze weg over het platteland en door kleine dorpjes. We worden opgehouden door ganzen, vriendelijke paarden en opengebroken wegen. Soms is het even klimmen, daarna volgt weer een afdaling. Na het dorp Havré steken we via een rode tuibrug het Centrumkanaal over. Dit kanaal is in de 19e eeuw gegraven om steenkolen wat makkelijker te vervoeren. Een uitdaging bleek het hoogteverschil van 66 meter te zijn. Sluizen zouden te lang duren en te veel water kosten. Dus bedacht men een lift voor schepen. Vier scheepsliften verfraaien het Centrumkanaal. Tegenwoordig worden de indrukwekkende stalen constructies alleen nog voor de pleziervaart gebruikt. De moderne scheepslift van Strépy-Thieu, waarvan de bouw liefst twintig jaar duurde, takelt tegenwoordig alle schepen omhoog en naar beneden.


Carnaval in Binche
Drie dagen per jaar staat Binche, het eindstation van de tweede etappe van de Unesco fietsroute, volledig op zijn kop. Mannen met hoeden van struisvogelveren, op klompen en met maskers op trekken tijdens carnaval door de straten. Deze zogenaamde Gilles gooien sinaasappels in de rondte. Het carnaval in Binche is een waar volksfeest bol van de tradities en staat op de lijst van immaterieel werelderfgoed. In het Museum van het Carnaval en het Masker (MUMASK) leer je alles over het feest en de maskers. De overige dagen van het jaar is Binche ook een gezellig stadje.
Fietsen door Namen
Van de provincie Henegouwen maken we de overstap naar de provincie Namen waar we al eerder op verkenning zijn geweest. We pakken de Unesco fietsroute verder op bij de zesde etappe die in Dinant van start gaat. Vanaf de citadel bewonderen we nogmaals het fraaie uitzicht over het stadje aan de Maas. Via de sluizen steken we de Maas over en duiken het groene achterland van Dinant in. Langs kabbelende beekjes, kleine kasteeltjes en kappelletjes trappen we de kilometers weg en trotseren we nog een flinke klim voordat we Place Monseu in Ciney opdraaien. Een terras onder de oude platanen nodigt uit om het beroemde lokale biertje Ciney eens te proeven. Een mooi einde van de met 18 kilometer relatief korte zesde etappe.

Door naar Durbuy
Etappe zeven met een lengte van 41 kilometer plakken we eraan vast. Deze leidt ons het eerste deel langs overwoekerde stukken rails, verlaten stations en gerestaureerde wagons. Foto’s van vroeger hangen boven oude spoorbankjes. Bij Les Avins verlaten we het spoor en duiken we langs maisvelden het platteland op. De weg slingert tussen akkers vol vlas, tarwe en koolzaad langzaam omhoog naar Plaine Sapin waar we de provincie Luxemburg binnen fietsen. Deze plek met een weids uitzicht over de omgeving was een belangrijke plaats tijdens de Tweede Wereldoorlog waar soldaten en wapentuig werd gedropt. Vanaf hier is nog een kleine zes kilometer afdalen naar Durbuy, de finish van de zevende etappe.

Kasteel van Durbuy
Een waar struikelblok blijkt de passage onder de brug naast het kasteel van Durbuy. De meeste kajakkers komen vast te zitten tussen de rotsen in het water van de Ourthe. De beste stuurlui aan wal zien dat uiterst rechts een vrije doorgang is. Het blijft vermakelijk om te zien dat de meeste mensen dwars door de rotsen willen varen. Graaf d’Ursel zal vanuit de torenspits van zijn kasteel ongetwijfeld ook gniffelen om het tafereel. Samen met zijn vrouw en zijn moeder van 96 jaar woont hij in het kasteel dat een icoon van Durbuy is. De grote ijzeren poort blijft voor buitenstaanders gesloten waardoor het een mysterie blijft hoe het kasteel ervan binnen uit ziet.
Geen Unesco werelderfgoed, wel een Geopark
Durbuy trekt veel toeristen. Het middeleeuws centrum van het dorp bestaat uit veel accommodaties, restaurants en winkels. Nog een kleine 400 inwoners zijn achtergebleven. Durbuy noemt zich met haar stadsrechten het kleinste stadje ter wereld. Een stadje dat sfeervol en gezellig is en zeker in de zomer druk wordt bezocht. Met onder meer de graanhal en de Sint Nicolaaskerk heeft Durbuy weliswaar fraai erfgoed, echter geen officiële vermeldingen. Wel behoort de regio tot het Unesco Global Geopark Famenne-Ardenne, het eerste Unesco Geopark van België.
Laatste etappe Unesco fietsroute
De volgende drie etappes van de Unesco fietsroute gaan via Spa en Waimes naar Raeren. Daar vervolgen we onze fietstocht voor de elfde en laatste etappe waarmee we in de provincie Luik zijn aanbeland. Een groot deel van de schaduwrijke route volgen we de oude spoorlijn die door lange bospassages kronkelt. Talloze wagonnetjes vol steenkolen zijn over deze inmiddels halfvergane spoorlijn heen gedenderd. Het treinstationnetje van Homburg is getransformeerd tot een restaurant. Langs het perron staan een tiental oude wagons en treinstellen te wachten op restauratie. Net na Froidthier draaien we voor het eerst een wat drukkere weg met autoverkeer op. We volgen de N650 tot aan Mortroux waar we over rustige landweggetjes verder fietsen richting het sluitstuk van de route. Na een pittige klim zien we naast de groene terrel van Blegny een schachttoren verschijnen.
Afdalen in de Blegny mijn
Helm op en overjas aan. We stappen in de mijnliftkooi van de Blegny mijn en dalen samen met een gids af naar een diepte van dertig meter waar de eerste gang zich bevindt. De steenkool zat hier relatief dicht bij de oppervlakte. Toch ligt het diepste niveau van de mijn op meer dan vijfhonderd meter. In 1980 sloot de mijn doordat de vraag afnam en de steenkoolwinning te weinig geld opleverde. We lopen door de gang waarin nog tal van machines en apparaten staan die vroeger werden gebruikt. Dat het leven van een mijnwerker zwaar was wordt wel duidelijk tijdens de rondleiding. Het gebruik van een handboor en een hydraulische boor wordt gedemonstreerd. Het lawaai is oorverdovend. Het beuken met een pikhouweel en een beitel in het gesteente moet loodzwaar zijn geweest
Wallonië heeft naast de Blegny mijn nog drie authentieke steenkolenmijnen waarbij je via de oorspronkelijke schacht kunt afdalen om de mijn te bezoeken. De rondleiding onder de grond duurt twee uur. Ook is er een museum en kun je de terrel, de berg van steenafval uit de mijn, met een hoogte van 43 meter beklimmen. In de brasserie worden flinke porties van Luikse gehaktballen met friet geserveerd.
Unesco fietsroute Wallonië praktisch
Als je stevig doortrapt kun je de gehele Unesco fietsroute met een lengte van 491 kilometer in een week voltooien. Er is onderweg zoveel te zien dat het zonde is om alleen maar door te trappen. Zo geeft een periode van twee weken fietsen in Wallonië je veel meer gelegenheid om bijvoorbeeld alle Unesco sites te bezoeken. Ook kun je er natuurlijk voor kiezen om een aantal etappes te fietsen en bijvoorbeeld verplaatsingen met de trein te doen.
Georganiseerde pakketten met fiets, verblijf en transport zijn niet beschikbaar. Je moet het zelf regelen. Fietsverhuur is op meerdere plekken mogelijk. We huurden onze fietsen bij Cycletrend die fietsen op locatie aflevert en tevens bagagetransport verzorgd. Een elektrische fiets is comfortabel, maar geen absolute noodzaak. Tal van hotels hebben het ‘fiets welkom’ label. Dat betekent dat deze hotels tenminste een plekje voor je fiets, gereedschap om mee te sleutelen en om je fiets schoon te maken hebben.
Alle gezichten van Wallonië
De Unesco fietsroute dwars door Wallonië, van west naar oost en door vier provincies, eindigt in Blegny. We hebben met de etappes die we hebben gefietst de verschillende gezichten van Wallonië gezien. Met soms pittige heuvels en venijnige klimmetjes, kaarsrechte kanalen, schaduwrijke bossen en eindeloze akkers. Maar ook een reis door de tijd, boven en onder de grond. Als je wilt gaan fietsen in Wallonië dan is de Unesco fietsroute in onze ervaring het perfecte traject om Wallonië te doorkruisen.
