Kitscherig machtsvertoon tijdens een licht ontregelende reis door Turkmenistan

Een volledig witmarmeren stad met net iets teveel gouden details, nachtelijke neonverlichting en onzichtbare inwoners klinkt wellicht als een setting voor een slechte, dystopische rampenfilm, maar is zowaar werkelijkheid in Turkmenistan. Hoofdstad Ashgabat is het decor van een stukje ongeëvenaard machtsvertoon, pure geheimzinnigheid en bovenal continue ongemak voor elke reiziger. Want hoe interessant en bizar een reis door Turkmenistan ook is, het aanwezige gevoel dat er iets niet klopt is lastig van je af te schudden, en dat schuurt.

Turkmenistan reisblogs

Op reis naar Turkmenistan

Turkmenistan behoort tot één van de minst bezochte landen ter wereld. Hoewel de precieze statistieken – geheel in lijn met de beperkte informatievoorziening vanuit de Turkmeense overheid – niet altijd bekend of up-to-date zijn, liggen de schattingen op ongeveer 15.000 bezoekers op jaarbasis. Turkmenistan is dan ook een land waar je niet zo makkelijk naartoe reist en bovendien is zelfstandig reizen niet toegestaan. Voor Covid kon je nog een 5-daags transitvisum bemachtigen om zelf op doorreis door het land te gaan, maar deze is na de pandemie niet meer teruggekeerd. Daardoor is iedere toerist verplicht aangewezen op een gids die je de gehele reis begeleid.

Toerisme lijkt geen prioriteit te zijn voor dit aardgasrijke woestijnland om zich internationaal te profileren. Het is dan ook – om vele redenen – een vreemde eend in de bijt in vergelijking met de omringende stans. Deze buurlanden proberen met prachtige natuurplaatjes en haast niet-bestaande visaregelingen de bezoekersaantallen én economische investeringen een boost te geven.

In Turkmenistan is echter niets van dat aanwezig, waardoor een bezoek aan dit land garant staat voor een behoorlijk absurdistische ervaring. Naast het feit dat de dictatuur zich kenmerkt door een vrij in-your-face-protserigheid, is er ook continue dat onbehagelijke gevoel aanwezig dat je maar geen grip op het land kunt krijgen. Hoe normaal, of juist totaal níet normaal, sommige dingen ook lijken te zijn.

De aankomst in Turkmenistan zet meteen de toon

Dat begint al bij aankomst in de hoofdstad Ashgabat. Met zo’n acht internationale vluchten per dag – waarvan drie uit Istanbul met Turkish Airlines en de rest uit afwisselend Rusland, Londen, Milaan, Frankfurt, Bangkok en Zuid-Korea met het niet per se hoog aangeschreven Turkmenistan Airlines – is het vliegveld om het mild uit te drukken, wat megalomaan en grotesk uitgevoerd.

De fel verlichte en hoge witte ruimtes, de ontelbare lege paspoorthokjes en de aanwezigheid van twee verpleegsters voor de verplichte covid-test aan een provisorisch tafeltje komt overdreven over. Het visumproces verloopt onnodig traag, en staat ook duidelijk niet op de prioriteitenlijst om een efficiëntieslag te krijgen. Na een kwartier blijven alleen de twaalf toeristen achter in de grote hal, wachtend op een telefonerende visummedewerker en op een covidtest die uiteindelijk niet doorgaat, omdat die kennelijk niet verplicht genoeg is om de testmedewerkers op ons visum te laten wachten. Op zich niet gek, aangezien ze de test zeer halfslachtig afnamen bij de andere reizigers, en daarbij ook niet het geduld hadden op de uitslag te wachten die toch niet eens op naam geregistreerd werd. Bovendien kost het visumproces uiteindelijk ruim twee uur, dus dat was een lange zit voor ze geweest.

De eerste schertsvertoning is daarmee echter wel een feit. De toon is meteen gezet voor een reis door een land waar optiek, machtsvertoon en façades de belangrijkste instrumenten van de leider zijn om zich te positioneren.

Met de trein door Turkmenistan us een authentieke ervaring

Desolate woestijnstad van Italiaans marmer

Ashgabat is voor veel reizigers de eerste kennismaking met Turkmenistan en het is direct ook een onvergetelijke ervaring. Je hebt hier als toerist relatief veel vrijheden, omdat je best zelf met de taxi op pad kunt gaan of over straat kunt lopen. Hoewel je zeker opvalt in het straatbeeld, is dat niet eens onprettig, al is het maar omdat één van de meest kenmerkende vreemdheden aan Ashgabat het gebrek aan zichtbare mensen is.

Gedurende de stadstour met verplichte gids, blijft het een enorme eigenaardigheid dat je vrijwel niemand ziet op straat. Het is dan wel hoogzomer en dus verstikkend heet, maar dan nog verwacht je toch op z’n minst een bepaalde hoeveelheid auto’s op de brede boulevards en straten. De gids vertelt hoe er 1,2 miljoen mensen in Ashgabat wonen, op een totaal van ruim 6 miljoen inwoners. Een statistiek die je gedurende de reis nergens, maar dan ook nergens, bevestigd zal zien worden.

Bijna de enige mensen die je zult zien op straat zijn de volledig in kleurrijke doeken en lange jurken gehulde schoonmakers. Ashgabat is na een verwoestende aardbeving in 1948 vrijwel volledig nieuw opgetrokken en ligt midden in de woestijn, maar je zult geen zandkorrel op de strakke straten tegenkomen. Minutieus wordt rondom elk gebouw, monument of standbeeld ieder zandkorreltje, blaadje of takje van de grond weggeveegd door deze schimmen van inwoners waarvan je het gezicht – goed bedekt tegen de zon – nooit zult zien.

Ook worden de witmarmeren muren goed gepoetst waardoor ze je in de felle zon zo mogelijk nog feller tegenmoet schitteren. Italiaans marmer, herhaalt de gids meermaals. Heel belangrijk. De brede wegen worden opgesierd door immense panden, die allemaal architectonisch enigszins bijzonder te noemen zijn.

Ashgabat schittert in de felle woestijnzon

Stad van records, records en nog meer “records”

Deze architectonische uniekheid is een leidraad gedurende de hele reis. De records die de stad Ashgabat wel niet allemaal op zijn naam heeft staan – of zegt te hebben staan – zijn onnavolgbaar. Wie vaker door rijke, veelal dictatoriale, landen reist, kent inmiddels wel fascinatie die van grootheidswaanzin voorziene leiders hebben met vlaggenmasten. Ashgabat is inmiddels ingehaald op dat vlak, want hun (niet-ondersteunde) vlaggenmast is slechts 8e op die ranglijst en inmiddels voorbijgestreefd door Egypte, Rusland, Azerbeidzjan (met maar liefst twee stuks!), Tadzjikistan en Saoedi-Arabië. Gelukkig heeft Ashgabat nog records te over om dit leed enigszins te verzachten.

Een kleine greep uit deze records vormt een mooi beeld van wat Ashgabat is als stad. Kenmerkend zijn meestal de vrij specifieke randvoorwaarden die worden gegeven aan de records. Zo is Ashgabat – vanzelfsprekend – houder van het record voor meeste met wit marmer beklede gebouwen, met een dichtheid van 543 gebouwen die met wit marmer zijn bekleed op een oppervlak van 4,5 km2.

De vele records van Ashgabat bevatten ook die van de hoogste vlaggenmast

Ook is Ashgabat trotse houder van het record voor het hoogste inpandige reuzenrad. Naïef als ik was, dacht ik daarbij aan een grote shopping mall waarin dan een reuzenrad zou staan. Maar natuurlijk was dat niet het geval. Het reuzenrad van 47,6 meter hoog staat in een gebouw dat precies om dit reuzenrad heen is gebouwd en dus ook de vorm heeft van een reuzenrad, al zou het ook voor een immense klok kunnen doorgaan. Alsof een ijverige ambtenaar door de lijst met Guinness World Records aan het bladeren was, het oude record voor indoor-reuzenraden zag staan, en bedacht dat ze deze wel konden verbeteren door speciaal een gebouw voor een indoor reuzenrad te bouwen.

Het grootste indoor reuzenrad ter wereld staat in Ashgabat

Maar er zijn nog meer records in Ashgabat. De Turkmenistan Tower heeft bijvoorbeeld de grootste architectonische ster, wat de ster-vormige constructie rondom de televisietoren is. Met een oppervlak van 3.240m2 is deze zichtbaar vanuit de hele stad. De Ashgabat Fountain houdt zelfs twee records, namelijk die op het gebied van formaat, en die van ‘most fountain pools in a public area’, wat zoveel betekent als dat er 27 gesynchroniseerde en programmeerbare fonteinen op een oppervlak van 15 hectare zijn te vinden.

Mocht je nog niet voldoende onder de indruk zijn, dan is er nog het record voor grootste architectonische symbool van een paard, voor het Saparmurat Turkmenbashy Olympisch Stadion. Hoewel Guinness World Records deze zelf niet lijkt te kennen, staat hij toch zeker vernoemd op de website van de Turkmeense overheid als zodanig. Je zou hier dan haast bij gaan denken dat het stadion ook gemaakt is voor paardenrennen, met de beroemde Turkmeense paarden als nationaal symbool. Dat zou je zeker denken wanneer je ziet dat er ‘s nachts ledverichting van rennende paarden aan de buitenkant van het stadion te zien is. Maar dat is dan weer niet het geval, natuurlijk niet, dat zou té vanzelfsprekend zijn. Het stadion heeft natuurlijk niks met paardenrennen te maken.

Gedurende de reis krijgen we van onze gids nog meer ‘statistieken’ naar ons hoofd geslingerd. Zo wordt tijdens een nachtelijke rondleiding – wanneer de gebouwen fel en neon verlicht worden – de hoogste vlaggenmast van Turkmenistan aan ons aangewezen, evenals het zogezegde hoogste gebouw van Ashgabat wat 19 verdiepingen zou tellen. Zodra de vraag gesteld wordt of die andere zichtbare vlaggenmast niet hoger is, of dat gebouwen die we zien met beduidend méér dan 19 verdiepingen wellicht niet hoger zijn, blijft het antwoord daarop ons om geheel onduidelijke redenen schuldig.

Een reis door Turkmenistan levert meer vragen op dan het zal beantwoorden

De fascinatie met records, cijfertjes en bijzondere anekdotes zal gedurende de rest van de week nog meermaals duidelijk worden. Zo bestaan er slechts zo’n 3.500 Akhal-Teke paarden, een oud Turkmeense paardenras en nationaal symbool van het land. Het is de enige in z’n soort met een glanzende vacht, zo glanzend dat men in Engeland dacht dat het paard dat cadeau werd gegeven aan Koningin Elizabeth geverfd haar had.

Ook is de Alaby – een Turkmeens hondenras – naar verluid de grootste en sterkste in z’n soort, en dat wordt natuurlijk gevierd met een goudkleurig standbeeld van 15 meter hoog op een rotonde in Ashgabat. Daarnaast horen we meermaals dat een Turkmeens paard – wat eigendom is van de tourorganisatie waar onze lokale gids voor werkt – het record heeft om het snelste 10 meter z’n achterpoten af te leggen (in 4,19 seconde). Hoewel dat vast een indrukwekkend record is, blijft vervolgens eigenlijk vooral de vraag hangen waarom een touroperator in vredesnaam een record houdend paard in bezit heeft, zeker omdat deze paarden niet gemaakt zijn voor toeristische paardenritjes.

Turkmeense paarden zijn een zeldzaam ras

De reden dat je niet vrij mag rondreizen door Turkmenistan is duidelijk. Er is geen vrijheid van meningsuiting, het land staat onder een autoritair regime en burgerrechten worden aan de lopende band geschonden. De aardgas- en oliewinsten zijn immens, maar als inwoner van het land ben je vrijwel afgeknepen van internet en werken apps als Whatsapp en Instagram enkel via een VPN. Uiteraard zijn VPNs verboden, maar – ook uiteraard – heeft iedere jonge inwoner deze apps wel gewoon.

Vrij rondreizende toeristen brengen alleen maar nieuwsgierige ogen naar dit gesloten land, en foto’s naar de buitenwereld – ondanks dat die eigenlijk vaak niet eens gemaakt mogen worden. Via verplichte tours begeleid door gidsen worden de toeristen enigszins in toom gehouden en krijgen ze te zien wat het regime wil dat ze zien, waaronder alle record-houdende gebouwen.

Onze jonge gids, die jaren in Turkije gewoond en gestudeerd heeft, geeft elke keer een vriendelijke glimlach wanneer er een vraag wordt gesteld, om vervolgens het antwoord niet te geven. Uiteraard is dat dan ook ten strengste verboden voor hem, maar het maakt ook dat je geen enkel moment gelooft dat deze touroperator, die na veelvuldig vragen gezegd wordt een private organisatie te zijn, ook echt privaat is en niet in handen van het regime.

Turkmenistan speelt met je ervaring

Je wéét en voelt gewoon dat er iets niet klopt, maar de vinger kun je er niet op leggen. En dat heb je elke keer wanneer je in Turkmenistan weer een feitje naar je hoofd geslingerd krijgt. Wanneer we op een totaal door god verlaten rotonde met de bus stil gaan staan en naar buiten gelaten worden om foto’s te maken van het monument, is er op ons na geen ziel op de wegen te bekennen. Het monument is ter ere van de grootste ‘cycling awareness lesson’ – en met 3.246 deelnemers is dit Guinness World Record natuurlijk in handen van Turkmenistan.

En dan, nadat we al 5 minuten foto’s staan te maken op de lege rotonde ter ere van een stupide fietsrecord, fietst er ineens een fietser over de rotonde. Eén enkele fietser, de eerste die we in Ashgabat zien, op een lege rotonde, midden op de dag, in de verzengende hitte en brandende zon van de woestijn waarin Ashgabat gelegen is. Continue tornen dit soort haast stupide beelden aan je geloof in wat je hoort, ziet, en bovenal, denkt te weten.

Het voelt bijna alsof je je begeeft in een aflevering van een dystopische serie, of een klassieke film waarin iedereen in de stad acteur is en jij de enige bent die dat niet weet.

Tijdens de tour wordt ook trots verteld hoe er steeds meer luxe appartementen in de stad worden gebouwd voor de 1,2 miljoen inwoners. Maar als de zon ondergaat zie je door de stralen die door de ramen van deze immense witte (en marmeren) blokken dat de panden leeg staan. Alles in deze stad is een dun laagje vernis, witmarmer, goud en met een goede dosis onzin verpakt, maar wat daar nou echt achter zit zul je niet snel te weten komen.

De perfecte reisroute voor een rondreis door Turkmenistan in een week

De contrasten in Turkmenistan zijn groot

En dat terwijl de contrasten groot zijn. Want uiteraard zijn we niet omringd door acteurs en leven en wonen er hier mensen. Vraag is alleen of het er echt 1,2 miljoen in Ashgabat en 6 miljoen totaal zijn. De mensen die er wonen, leven, zoals in ieder land dat geregeerd wordt met harde hand, hun eigen leven.

Koffiecafe’s zijn modern, je kunt er gewoon je Iced Latte bestellen, geld wisselen tegen de zwarte markt rate (een vierde van de officiële wisselkoers) en in tegenstelling tot wat veel mensen denken, is het geen droog land. Alcohol volop verkocht en sommige bars zitten in de avond vol. Dat er ook voldoende pubs zijn waar het tapbier na een halve avond toeristen ontvangen voor dagen op is, is vooral een last voor die toeristen en minder voor de medewerkers zelf die er weinig erg in lijken te hebben.

De contrasten tussen Ashgabat en de wereld daarbuiten zijn wellicht nog groter. Wanneer je reist naar de Darwaza-krater – beter bekend als de Gates of Hell, een schromelijk overdreven bijnaam voor een mislukte gasboring – zal je zien dat de strakke asfalttapijtjes van Ashgabat zijn ingeruild voor wegen vol gaten en gesmolten asfalt.

Hoewel dit naast de hoofdstad de grootste attractie van het land is, is toerisme natuurlijk niet het doel van de regering. De krater is verder vooral een herinnering aan een domme actie in de jaren ’70 toen men dacht het aardgaslek te kunnen doven door het in brand te steken. Ruim 50 jaar later brandt het vuur nog, maar voelt het vooral als een groot kampvuur aan en niet als een hellepoort.

De dorpjes die je doorrijdt op weg naar het westen, waar een andere relatief grote stad Türkmenbasy ligt, zijn niet een fractie zo welvarend als de hoofdstad is. Dat laat vooral zien dat de welvaart behoorlijk geconcentreerd is. Mensen mochten dan lange tijd gratis gas, elektriciteit en water krijgen van het regime, een bruisende economie heeft dat het land niet opgeleverd.

Het enige product naast aardgas en olie dat hier echt in overvloed lijkt te floreren (een liter benzine is hier $0,15), zijn watermeloenen. Letterlijk bij elke maaltijd krijg je watermeloen, en ieder tussendoortje is watermeloen. Charmant is dan wel weer dat deze spotgoedkope vruchten ($0,40) een eigen feestdag hebben gekregen. Toch valt te vrezen dat ook op de tweede zondag van augustus al deze vruchten niet verorberd zullen zijn en dat de markt van vraag en aanbod hier toch echt redelijk verstoord is.

Rijdend door de immense woestijn richting de Yangykala Krater in het westen van het land – een echte weg loopt hier niet heen – realiseer je je na drie uur geen ziel te zijn tegengekomen ook dat het gewoonweg niet mogelijk is dat er nog miljoenen mensen in deze gortdroge, verzengende en totaal onleefbare woestijn wonen.

Bij terugkomst thuis lees ik ook meerdere artikelen waarin het inwonersaantal van Turkmenistan in twijfel wordt getrokken en de massale uittocht van Turkmenen als probleem wordt bestempeld. Het is één van die vage gevoelens die je continue voelt sluimeren die hiermee iets meer vorm krijgt, al is de ambiguïteit hieromtrent nog steeds niet bevredigend.

Is op reis door Turkmenistan de moeite waard?

Het kan ontzettend onbevredigend zijn om door een land te reizen waar je het idee hebt dat je je vinger er niet op kunt leggen wat er nou precies gaande is. Turkmenistan tart dit gevoel tot het uiterste. Je zou er haast cynisch van worden wanneer je voor de zoveelste keer hoort dat een bepaald monument de enige is met een bepaalde kwaliteit, en dat daarvoor ongetwijfeld weer enkele Guinness World Record-officials naar Ashgabat hebben moeten afreizen om dit record, dat alleen en enkel bestaat omdat Turkmenistan erom vraagt, te bevestigen. Het record dat ze eigenlijk zouden moeten krijgen is die voor het verdoezelen van feiten en voor het voor elkaar krijgen de realiteit zo goed te verhullen.

Kijkend naar de kleurrijke schilderijen in het Nationaal Museum in Ashgabat – waar je op de voet gevolgd wordt door in zo mogelijk nog kleurrijker, traditionele jurken gehulde Turkmeense vrouwen – bekruipt me pas echt de realisatie dat je in Turkmenistan onderdeel wordt van een semi-goed geregisseerde klucht. De tienerkamer-waardige schilderijen laten dromerige utopieën zien met de Turkmeense paarden op wolken en lieve Alaby-puppies in het gras, omringd door collages van de hagelwitte hoogtepunten van Ashgabat. Het lijkt haast alsof iemand dit hele schouwspel heeft bedacht als één groot experiment, maar het vervolgens per ongeluk een land bleek te zijn geworden.

Reizen wordt echter interessant wanneer het schuurt. En dat maakt dat dit land misschien wel één van de interessantste landen is waar je naartoe kunt reizen. Niet omdat het het mooiste, het gezelligste of het land met de beste keuken is.

Het is de continue frictie en de totale verbijstering van dat dit realiteit is, ondanks dat je wéét dat er geen snars van klopt. Je stapt tijdelijk in de natte droom van een leider met ziekelijke grootheidswaanzin die dol is op paarden, puppies en glitter, en die bovendien zo slecht tegen z’n verlies kan dat het land meer floreert in nutteloze vergelijkingen op het niveau van ver-plassen, dan dat er sprake is van duurzame vooruitgang.

Het zou bijna hilarisch zijn, als het voor de bevolking niet de realiteit was.

Reis met ons mee

Meer avonturen